De eerste verstrikte zeehond werd op zaterdag 7 februari gemeld bij de vuurtoren. Het ging om een jonge grijze zeehond met een flink stuk net om zijn nek. Voor deze zeehond was hulp ter plekke voldoende: na het lossnijden bleek de huid van het dier nog intact. De dierverzorgers van Ecomare hebben hem dan ook meteen laten gaan.
Nummer twee werd op maandag 9 februari bij Paal 15 aangetroffen. Ook hier was het een jonge grijze zeehond met net om de nek. Dit dier had er duidelijk langer mee rondgezwommen; het net had zich in de huid gesneden. Een jonge zeehond groeit hard, waardoor zo’n net steeds strakker komt te zitten. Het touw is heel stevig en zal niet knappen, maar snijdt langzaam in het vlees. Vanwege de verwondingen is deze zeehond meegenomen naar de opvang van Ecomare.
De derde werd ook op maandag gevonden, opnieuw bij de vuurtoren en weer was het een jonge grijze zeehond. Dit dier sleepte een groot stuk net met zich mee. De dierverzorgers konden hem ter plekke bevrijden. Omdat hij verder niet gewond was, is hij herkenbaar gemaakt met een blauwe stip en achtergelaten op het strand.
Jonge grijze zeehonden zijn speels en nieuwsgierig, Een los stuk net is voor hen aantrekkelijk. Als ze hun kop door een gat in het net steken, komen ze erin vast te zitten. Zo’n groot stuk net als de laatst gevonden zeehond met zich meesleepte, zal het duiken en vis vangen onmogelijk hebben gemaakt. Met een klein stuk kan dat nog wel. In de eerste situatie zal de zeehond verhongeren, in het tweede geval komt het net steeds strakker om de nek te zitten naarmate het dier groeit. In beide gevallen is het dier ten dode opgeschreven als hij niet op tijd wordt bevrijd.
Opruimen van stukken net en touw helpt dit soort verstrikkingen voorkomen. Vissers die spooknetten opvissen, brengen ze aan land. Strandwandelaars kunnen helpen door netten die ze tegenkomen in afvalbakken te deponeren.

3.1 ℃
































